Stadsparken

 

Stadsparken verenigen vele kwaliteiten en functies in zich. Juist door die verwevenheid van de verschillende kwaliteiten wordt de maatschappelijke waarde van het park verhoogd. Elke functie van het park heeft wel haar eigen kwaliteitscriteria. Door deze criteria in kaart te brengen kunnen de functies onderling beter op elkaar worden afgestemd. Voor de recreatieve functie zijn de kwaliteitscriteria: veiligheid, bereikbaarheid, afwisseling, keuzevrijheid, aansluiting op het buitengebied, voorzieningen in het groen, capaciteit van het groen, zonering en beheer. Verder is een 'minder dwingende inrichting' van het groen gewenst, omdat de recreatie steeds vaker sociaal is georiënteerd Tevens moet bij de inrichting van een stadspark rekening worden gehouden met de behoeften van verschillende bevolkingsgroepen, zoals bijvoorbeeld allochtonen of kinderen [Faber en Remkes, 2002]. De landschapswaardering van een stadspark komt voort uit belevingsdimensies (exploratief, instrumenteel, existentieel, vanuit een cultuurgrondhouding, vanuit de sociale definitie) van mensen. Deze dimensies worden bepaald door verschillende factoren: locatie-, inpassings-, inrichtings-, en externe factoren. Bij aanpassingen in het park of de inrichting of plaatsing van het park is een overzicht van deze factoren erg handig, omdat een aantrekkelijk park ontstaat door de combinatie en juiste inpassing van deze factoren. Factoren die voor meerdere belevingsdimensies bepalend zijn wegen zwaarder mee in de waardering van het landschap. Voor de functie die het stadspark heeft voor natuur kan biodiversiteit als criterium gesteld worden. De biodiversiteit in een park kan onder andere worden verhoogd door een groter en gevarieerder gebied, verbindingen met het buitengebied, goede waterkwaliteit en ecologisch groenbeheer. Om de criteria voor de verschillende functies onderling goed te kunnen vergelijken zijn ze te verdelen in gemeenschappelijke categorieën. Er zijn criteria voor structuur, duurzaamheid, samen-hang, karakteristiek en functie. De natuurfunctie kan worden verbeterd door ecologisch groenbeheer. Ecologisch beheer van het openbare groen is extensief in tegenstelling tot het intensieve traditionele beheer. Ecologisch groen heeft de tijd nodig voor ontwikkeling en er zijn meestal geen einddoelen gedefinieerd, omdat men een natuurlijke ontwikkeling nastreeft. Daarom is het extensief beheer voor niet-vaktechnici soms moeilijk te interpreteren. Het ecologische beheer is gebaseerd op ecologische principes als variatie in het milieu, continuïteit in beheer, voldoende oppervlak en de onderlinge samenhang van ecologische processen zoals bijvoorbeeld de nutriëntenkringlopen. Door middel van natuurtechnische milieubouw kan men een goede uitgangssituatie voor natuurontwikkeling scheppen door de rangschikking van bodem en water. Deze natuurontwikkeling wordt vervolgens gestuurd door natuurtechnisch beheer. Deze vorm van beheer is verschralend en niet verstorend.

Op basis van de kenmerken
- centraal in woongebied gelegen
- openbaar toegankelijk
- recreatieve mogelijkheden
- centrale vijver
- wandelpaden
- samenhang biodiversiteit

zijn er in Delft maar 2 stadsparken, n.l. het Wilhelminapark en het Agnetapark.

Het Wilhelminapark

Het park dateert uit de jaren dertig en is aangelegd naar een ontwerp van O. de Vries als een kijkpark, met slingerende waterpartijen en doorkijkjes over glooiende gazons. Dit park doet aan alle definities die we aan een stadspark stellen al is de ligging niet helemaal centraal in de woonwijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het Agnetapark

Het Agnetapark in Delft is een geheel van in kleine groepjes gelegen arbeiderswoningen, ieder voorzien van een eigen tuin. Het parkgebied werd gekocht in 1881 door Jacques van Marken, directeur van de nabijgelegen Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek te Delft. Doel van het park was om de arbeiders van zijn fabriek goed en doelmatig te huisvesten (met in het achterhoofd het economische motief dat een goed gehuisveste werknemer meer of betere productie kan leveren). Het Agnetapark is genoemd naar Agneta Matthes, echtgenote van de directeur. Het complex werd in 1884 voltooid en kan als het eerste in Nederland worden gezien. Tevens kan het als het eerste tuindorp van Nederland worden gezien; dit principe zou in de eerste helft van de 20e eeuw vaker worden toegepast in woningbouwprojecten. De uitvoerende architecten waren E.H. Gugel en F.M.L. Kerkhoff. De waterpartijen en het slingerend stratenpatroon werden door Louis Paul Zocher ontworpen. Sinds 1989 is Agnetapark een Rijksmonument. Het agneta park is meer een parkachtig opgezet historisch woonwijkje rondom een centrale vijver dan een echt openbaar stadspark. Echter de historische waarde ervan is groot. Het park is vrijwel ongeschonden en bij een bezoek waan je je terug in de 19e eeuw.

Ontwerp agnatapark in 1884

 

 

Belangenvereniginig TU Noord 2010